 |
1896: Eerste stappen in het amusementsvak
Hendrikus Hommerson is de stamvader van drie generaties vermaakindustriëlen. Een man met visie die van het dubbeltje op de kermis meer dan een daalder heeft gemaakt. Aanvankelijk ging Hendrikus Hommerson een toekomst als kunstschilder tegemoet, maar gelukkig kwam de liefde in het spel: hij trouwde met Johanna Kamman, de dochter van een kermisexploitant, die met twee draaimolens het land afreisde. Hendrikus raakte gefascineerd en reisde met zijn schoonvader mee van hot naar her; als er maar kermis was.
Begin 20e eeuw: Stoomcarrousel en furore voor de reizende bioscoop
In 1900 introduceerde Hommerson als eerste in Nederland de stoomcarrousel. Groningen kreeg de primeur. Helaas, Groningen was niet gelukkig; het werd een fiasco. De locomotief vloog uit de rails en wierp enkele oliebollenkramen omver. Nadat het gevaarte weer in de rails was getild, mislukte ook een tweede poging. Toen sloot Hommerson de tent maar, teleurgesteld maar ongebroken. Omdat een zekere Teeuwen met een zich wel netjes gedragende stoomcarrousel zou zijn gekomen, was de aardigheid er voor Hommerson trouwens toch al af. Er werd gezocht naar een andere primeur. En die werd ook gevonden: de eerste reizende bioscoop. Tegen het einde van de 19de eeuw werd de cinematografie uitgevonden. Begin 1896 introduceerden de gebroeders Lumière de nieuwe kunstvorm in Parijs. Een wereldsensatie. Niet zozeer door de films, want die sloegen in onze ogen nergens op, maar door het feit dat men 'uit zichzelf' bewegende beelden kon zien. Hommerson begon een reizende bioscoop te exploiteren. Met films van eigen 'cameramensen'. Nu was Hendrikus Hommerson echt de eerste, meende hij. In ieder geval was hij de eerste die elektriciteit voor het afdraaien van de films gebruikte. Purmerend kreeg de primeur, al ging het ook hier niet meteen naar wens: de mensen die vijf cent entree hadden moeten betalen voelden zich bekocht omdat de beelden te veel bewogen en flikkerden. Door verbeteringen via het zogenaamde Maltheser kruis gingen de beelden minder gingen dansen. En de man aan de slinger werd meer ervaren in het draaien van de films. Langzaam maakte de reizende bioscoop dan ook furore. Wie wilde zichzelf niet zien bewegen? In het beginstadium werden bijvoorbeeld opnamen gemaakt bij het uitgaan van de kerk. Enkele dagen later kon je dan jezelf zien lopen in de film, bij Hommerson. Een enorme attractie afgemaakt door prachtig gebeeldhouwde fronten, waarin een orgel en een locomobiel waren gebouwd. Hommerson kwam op het idee een eigen bioscoopjournaal te maken. Niemand had in de eerste jaren van de vorige eeuw nog ooit van een filmjournaal gehoord. Zo liet Hommerson in 1902 eigen opnamen maken van de Boerenoorlog in Transvaal.
Rondom de jaren twintig: De 2e generatie en nieuwe kermisattracties
Naar mate er meer films gemaakt werden, zoals over de ramp met de Titanic in 1912, wonnen de vaste theaters het van de kermisbioscopen en was het weer tijd om iets nieuws te verzinnen. In het jaar van de oprichting van NV Gebroeders A & N Hommerson, fourageur van kermisattracties, kwam men dan ook met de eerste rodelbaan. Het was 1917, het jaar waarin Hendrikus Hommerson overleed. Het principe van de rodelbaan is eenvoudig: men gaat met een transportriem naar boven en glijdt daarna met een slee naar beneden. Met je sleetje kwam je uiteindelijk uit in het midden van een grote tent, waar men verversingen kon krijgen na de glijvlucht. De snelheid mag aanzienlijk genoemd worden; het succes ook. In 1923 brachten A & N Hommerson weer eens een noviteit: het Shimmy-huis, met de zogenaamde Shimmy-trappen, door de Belgen 'vergenoegingspales' genoemd, de voorloper van het Lunapark.
Rondom de jaren 30: Lunapark en kermissucces
Omdat men in 1928 bang was dat Rotterdam die zomer van de Olympische Spelen in Amsterdam, zou veranderen in een spookstad, werd tijdens de Nenijto (Nederlandse Nijverheids Tentoonstelling) door Hommerson in Rotterdam het grootste lunapark ooit in Nederland opgericht. Het werd een daverend succes: tussen april en september kwamen er maar liefst 1,5 miljoen betalende bezoekers en op Koninginnedag, 31 augustus, zelfs 80.000. De hier eveneens geïntroduceerde Duitse biertent werd hiermee in een klap een niet meer weg te denken onderdeel van de nationale kermissen. De Hommersons waren onstuitbaar en kwamen met een volgende kermistopper, The Caterpillar, ofwel de rupsbaan. En in 1929 voegde men de primeur van de botsautootjes aan haar palmares toe met The Ridee-O. En zo kwamen er steeds meer attracties: de steile wand met rondrazende motoren, de dwergenstad, het vrolijke rad, etc. Attracties die bovendien steeds meer werden voorzien met eigen lichtinstallaties. We noemen bijvoorbeeld het Cocktail Palace dat in 1934 onderdak bood aan een drietal attracties, concertorgels, een dansorkest en een dancing. En het Metropole Paviljoen (1939): een amusementspaleis van circa 3000 vierkante meter dat als gevolg van de Duitse bezetting helaas maar een enkele keer gebruikt is. Ondanks de crisistijd waren de jaren dertig hoogtijdagen voor Hommerson. In 1934 beschikten de Hommerson over 14 reizende attracties. In 1936, het jaar waarin Hommerson zich tevens vestigde in Scheveningen realiseerde men op uitnodiging van de regering vijf cultuurparken in de Sowjet Unie en ook in andere Afrikaanse en Europese landen waren de Hommersons graag geziene gasten. In 1939 exploiteerden men bovendien een tiental lunaparken in Amsterdam, opgericht ter gelegenheid van het jubileum van koningin Wilhelmina.
1936: Vestiging Hommerson in Scheveningen
In 1936 richtte Hommerson een lunapark in op het strand van Scheveningen aan het einde van de noorderboulevard. Hommerson bood hier tot aan de oorlog jaarlijks vijf maanden buitenplezier aan de badgasten. Entree kostte respectievelijk 12 en 7 cent voor volwassenen en kinderen. Het lunapark in Scheveningen was een nevenactiviteit voor de gebroeders Hommerson, die men inmiddels overal kon aantreffen waar iets te vieren viel, maar kenmerkt het begin van het Scheveningse tijdperk van het bedrijf.
Na de Tweede Wereldoorlog: overgang naar indoor-activiteiten Na de oorlog ploeterden de Hommerson nog even door met haar hervatte buitenactiviteiten op het gehavende Scheveningse strand. De hoogtijdagen waren echter volledig voorbij en het was dus weer tijd voor iets nieuws. Hommerson oriënteerde zich op indoor-activiteiten. In 1952 resulteerde dit in de opening van Monte Carlo. Omdat in die dagen speelautomaten nog moeilijk te krijgen waren, bleven in Monte Carlo - eigenlijk een nogal misleidende naam - kleine kermisattracties voorlopig gehandhaafd, zoals schiettenten en gezelschapsspellen. Naar mate de invoer van automaten vanuit de Verenigde Staten, Engeland en Japan begon te vlotten, kreeg de 'amusementshal' meer en meer vorm. Men kon er nog geen prijs winnen, maar als men zijn best had gedaan, kreeg men een bescheiden waardering in de vorm van een waardebon waarvoor een reep chocolade kon worden gekocht. Of wanneer men de bonnen opspaarde een iets groter artikel, waarvan de waarde echter nooit de grens van de drie gulden overschreed.
1956: De 3e generatie en de start van speelhal exploitatie
Nico Hommerson trok zich in 1956 uit de kermiszaken terug, zijn broer had dat al eerder gedaan en er trad een nieuwe generatie Hommerson aan het voetlicht: Rudy en Bob Hommerson. In het jaar 1958 ging Rudy Hommerson Monte Carlo exploiteren met de al spoedig bij hem postvattende overtuiging dat, wilde een en ander een succes worden, die exploitatie anders moest worden opgezet. In 1960 veranderde hij de naam Monte Carlo toen in Hommerson Sportland en liet hij een grote verbouwing uitvoeren, waarbij Rudy Hommerson ervan uitging dat er voor iedere leeftijd wel iets leuks te doen moest zijn. Rudy Hommerson werd hiermee de voorloper op het gebied van de amusementsmachines in Nederland. Zo rond 1960 was Scheveningen het grootste nachtelijke amusementscentrum van Nederland. Er leek geen vuiltje aan de lucht te bespeuren aan de soms strakblauwe hemel. Vooral toen ook in mei 1961 de nieuwe Pier werd geopend. Hommerson was er weer bij.
1961: Exploitatie op de Scheveningse Pier
Op het zogenoemde Flintstone-eiland kwam op de parterre een vestiging van Hommerson. De voorste helft werd voor automaten ingericht, de achterste voor botsautootjes, want helemaal afscheid nemen van het kermiswezen kon ook Rudy Hommerson niet. Twintig jaar heeft deze exploitatie op de Pier geduurd. In 1982 werd dit filiaal verkocht.
1965: Bowl-a-rama
In het jaar 1965 opende Hommerson boven Sportland in de Palacestraat de Bowl-a-rama. Hier hadden de in onbruik geraakte keukens van het Palace Hotel gelegen. Het was een grote ruimte met acht bowlingbanen met elk een lengte van 9 meter. Bowling was 'in'. Iedereen deed het en dacht het te kunnen. Bovendien werd Bowl-a-rama een soort showroom van waar uit Hommerson dergelijke banen verkocht voor Amsterdam, Franeker, Groningen, Rotterdam en waar dan ook.
1970: Spacetower Euromast en kabelbanen
Het jaar 1970 was een bijzonder jaar voor Hommerson. Rudy Hommerson voelde zich geroepen niet alleen automaten te verkopen; dankzij internationale connecties kon hij ook een bijdrage leveren aan het gezicht van Rotterdam. Bovenop de Euromast werd een spacetower gebouwd met een hoogte van honderd meter en een doorsnee van 2,5 meter. Een roterende liftgondel bood plaats aan 60 personen. Voorst kwam er een kabelbaan die later naar het pretpark Valkenswaard is gegaan. Ook de Beekse Bergen wilde in 1970 een kabelbaan, met een overspanning (over water) van 300 meter.
Jaren 70: Uitbreidingen in Scheveningen
In 1971 werd op de wandelpromenade een klein filiaal van Hommerson geopend. Deze amusementshal bestaat nog altijd. Het is de kleinste van de huidige kansspelcentra van Hommerson en behoudt een speciale plek. In 1974 opent Hommerson Wild West Kinderlanden op de Pier en in de Palacestraat. Een paradijs voor kinderen met bowlingbaantjes, racespelletjes, mini-autoscooters, balspelen, flippers, enzovoorts. Alles op maat gemaakt voor kinderen.
Begin jaren 80: Nieuwe vestigingen aan de kust
Waar de opbouw en groei een paar jaar stagneerden werd in 1979 toch weer uitgebreid. Op het bordes van de Pier van Scheveningen, bij de ingang dus, kwam in juni van dat jaar een hal. Het jaar daarop werd er een vestiging geopend op de noorderboulevard van Scheveningen, onder de naam Sportland 2000. Ook deze vestiging bestaat nog, nu als Hommerson Casino’s nadat eerder al was omgedoopt tot Sportland – zonder 2000. Maar ook in Noordwijk kwam een exploitatie in de nieuwbouw, nadat al jaren eerder op het terrein van Hotel Huis ter Duin een exploitatie was ingericht. In maart 1982 vond de opening plaats van het 600m2 tellende Funland in de gloednieuwe Palace Promenade. In Funland kon de bezoeker terecht voor de nieuwste videogames. Met inmiddels illustere namen als Pong, Pacman en Space Invaders waren deze automaten in het begin van de jaren tachtig mateloos populair en ook de populariteit van de flipperkasten leek oneindig. Ondertussen hebben we dit beeld door de groeiende thuismarkt in de tweede helft van de jaren negentig enigszins kunnen bijstellen. Toch bestaat Funland nog altijd. Op de plek waar het destijds zat zit nu een Hommerson Casino’s, maar in een aangrenzende ruimte met eigen ingang vindt men nog altijd een spelletjes arcade, een van de weinige nog in Nederland.
1984: De 4e generatie: naar een volwassen speelautomatenmarkt
Naast exploitant was Rudy Hommerson ook actief voor de branche die was ontstaan. Hij heeft zich vooral ingezet voor de totstandkoming van nieuwe wettelijke regelingen voor de speelautomaten en werd bestuurslid van de Vereniging Automatenhandel Nederland (VAN), toen de Autex in 1979 als de sectie speelautomatenhallen (SPAH) in de branchevereniging opging. In 1982 moest hij zijn bestuursfunctie om gezondheidsredenen neerleggen en overleed op 16 augustus 1984 op 54-jarige leeftijd na een moedige strijd tegen zijn ziekte. Zijn vrouw en later zijn dochter en zoon namen het stokje over en zo kwam de vierde generatie aan het bewind in een tijd waarin de branche zou doorgroeien tot een in alle opzichten volwassen markt.
1994: Opening De Speeltuin
In uitgebreide samenwerking met de gemeente Den Haag zag in 1994 een heel nieuw soort amusementscentrum het licht. Groot en met aandacht voor veel decorbouw. Er is van alles te zien in dit kansspelcentrum met Vegas-allure. Zo zijn er bijvoorbeeld poppen die muziek maken en is er in het midden van de zaak een koepel waarvan het plafond geleidelijk verloopt van dag naar nacht. Het pand dat eveneens in eigendom is, is toegerust met vele extra ruimtes en kent daarnaast zelfs, met een aparte toegang, een woonfunctie voor zo’n tiental studenten.
1998: Twee nieuwe kansspelcentra en een nieuw fonds
In Scheveningen realiseerde Hommerson met dezelfde interieurbouwers als ‘de Speeltuin’ een nieuwe kansspelvestiging onder de naam Treasure Island. De thematiek van piraten, schepen en schatten heeft een prachtig decor opgeleverd, zoals men dat wellicht eerder in de Efteling zou verwachten. In 1998 kijkt Hommerson tevens weer eens buiten haar gemeentegrenzen en neemt een bestaande vestiging over die zij omdoopt tot Stargate. Inmiddels onder de naam Hommerson Casino’s wordt deze vestiging in 2003 wat betreft oppervlakte in 2003 aanzienlijk uitgebreid. Als cadeau vanwege haar 100-jarige bestaan wordt begin 1998 ook de Stichting Hommerson Foundation operationeel. In de stichting heeft een onafhankelijk bestuur plaats genomen en start met het maandelijks voldoende van kleine wensen van verenigingen en wijkorganisaties in de regio van Den Haag. Rechtspersonen met een sociaal-maatschappelijke doelstelling kunnen om materiële ondersteuning vragen. Eerst alleen kleinere wensen, een paar jaar ook een aantal grotere projecten per jaar.
1999: Hommerson Vastgoed
Hommerson legt zich al lang niet alleen meer toe op het exploiteren van kansspelcentra. Als solide basis onder haar activiteiten groeit ook het belang van het onroerend goed. In 1999 bereikt dat haar voorlopige hoogtepunt in de overname van het winkelcentrum de Palace Promenade en de noorderboulevard van Scheveningen.
Begin 21e eeuw: opkomst van Hommerson Casino’s De kansspelmarkt verandert in 2000 als de zogenoemde meerspelers worden toegestaan. Vanaf juni van dat jaar mogen ook casinospelen worden aangeboden aan de spelers; weliswaar in de vorm van speelautomaten. Het versterkt het sociale aspect van het aanbod en past in de ambitie die Hommerson en vele branchegenoten hebben: het brengen van kansspelamusement ‘op niveau’. In die lijn past ook de naamswijziging tot Hommerson Casino’s in 2001. In plaats van het lelijke en verwarrende ‘amusementscentrum’ werd gekozen voor de term casino, als in: een sfeervolle entourage waar je een kansspel kan spelen. Behalve naar de consument toe veranderde Hommerson ook achter de schermen. De organisatiestructuur werd herzien: er was een aparte directie gekomen met staffunctionarissen die elk een bedrijfsdiscipline vertegenwoordigen. Uiteindelijk mondden de aangescherpte kwaliteitsnormen en een strategische heroriëntatie zelfs uit in het vaststellen van en werken volgens drie bedrijfskernwaarden: betrouwbaarheid, innovativiteit en plezier. En ook praten we tegenwoordig van daarom van de Hommerson Groep, met naast de exploitatie nu ook een volwaardige rol voor leisure development en vastgoed. Hommerson zet in op een gezonde groei in de Nederlandse markt. Kenmerk daarvan waren onder andere al de overname van amusementscentrum in Gouda in 2001 en de overname van een winkelcentrum in Zaandam, waarin een nieuw, groot casino werd gevestigd eind 2002.
|